Stappen naar een goede relatie 2

Ingekorte versie van het boek van 
Paul Ferrini
  
  
 
De 7 spirituele wetten van een relatie
 
 
Deze wetten zijn een wegenkaart voor stellen die serieus willen werken aan hun spirituele groei. De zeven wetten zijn:
1. Betrokkenheid - Wederzijdse betrokkenheid - gemaakte afspraken en beloften
2. Gezamenlijkheid
Gezamenlijkheid in visie, waarden en normen, interesses, levensstijl
3. Groei - Beiden moeten de vrijheid hebben om te groeien en zich als individu te uiten
4. Communicatie - Regelmatige, oprechte, niet-beschuldigende communicatie is een noodzaak
5. Spiegelen - Wat we niet prettig vinden aan onze partner is een afspiegeling van wat we niet acceptabel vinden aan onszelf
6. Verantwoordelijkheid - Beide partners nemen verantwoordelijkheid voor hun gedachten, gevoelens en beleving 
7. Vergeving - Voordurende vergeving van jezelf en je partner is een onderdeel van de dagelijkse praktijk
 
 
Spirituele wet 1 - BETROKKENHEID
 
Als je afspraken gaat maken, luidt de eerste re­gel: wees eerlijk. Alles wat jullie overeenkomen, is prima.  Jullie kunnen besluiten om samen te leven of apart te wonen.... om seksuele omgang te hebben of niet..... om die exclusief te maken of niet. Maak geen afspraken waaraan je je niet kunt houden, louter om je partner een plezier te doen. Als je in dit stadium eerlijk bent, zal dat je in de toekomst veel el­lende besparen. Ten behoeve van de eerlijkheid en het even­wicht in de relatie moeten de beloften die jullie elkaar doen wel wederzijds zijn en niet van één kant komen. Het is een spirituele wet dat je niet kunt krijgen wat je zelf niet wilt geven. 
 
Als je een belofte doet en tot de ontdekking komt dat je hem niet kunt houden, zeg dat dan direct tegen je partner. Zeg tegen je partner: 'Ik weet dat het niet aan jou ligt. Dit heeft iets met mij te ma­ken. Mijn belofte groeit me boven het hoofd. Ik heb onder­schat hoeveel ruimte ik nodig heb.' Je partner hoeft zich niet meer verantwoordelijk te voelen voor jouw narigheid. Als je vraagt of je de inhoud van de verbinte­nis mag bijstellen, erken je in wezen tegenover je partner dat je een vergissing begaan hebt. Je vraagt om begrip en vergeving. Je vraagt om de kans een keuze te maken waarin jij en de ander allebei even­ veel tot jullie recht komen. Als je partner je niet kan vergeven, kun je je best doen jezelf te vergeven en in de toekomst helderder zijn over wat je nodig hebt en wilt. 
 
Hou je belofte zolang je kan zonder verraad te plegen aan jezelf. Als je je belofte(n) niet houden, moet je er opnieuw gaan over onderhandelen zonder....  Een verbintenis is een serieuze zaak. Je moet je daarin voorzichtig opstellen en el­kaar realistische beloften doen. Het huwelijk is niet de enige vaste relatie die de hedendaagse mens ter beschikking staat. Als jij en je partner een onrealistische verbinte­nis aangaan, is de kans groot dat een van jullie beiden of jullie allebei de verwachtingen niet waar kunnen maken. Duidelijkheid over de mate van betrokkenheid is een van de moeilijkste terreinen van een relatie. 
 
Lijst van 4 opeenvol­gende en steeds verdergaande beloften, bedoeld als een suggestie of richtlijn. 
Voorlopige belofte: vriendschap opbouwen (Niet exclusief/Geen seks. Tijdsduur: één tot drie maanden.)
Ik zal tijd maken om jou te leren kennen. Ik voel me ook vrij om met anderen om te gaan en hen te leren kennen. Ik heb geen seksuele omgang met jou of iemand anders.
Tussenbelofte: vrienden worden minnaars (Exclusief/Seksueel. Tijdsduur: een half jaar tot een jaar.)
Ik zal alleen met jou seksuele omgang hebben. We zien elkaar minstens twee keer per week, terwijl we gescheiden wonen en alle mogelijkheden van on­ze relatie verkennen. Ik beloof dat ik je wil leren ken­nen als vriend, geliefde en mogelijke levenspartner. Ik spreek met je af dat ik eerlijk zal zijn over wat ik voel, vind en wil en ik wil dat jij op jouw beurt daar ook eerlijk over bent.
Verdergaande belofte: geliefden worden partners (Exclusief/Seksueel. Tijdsduur: een tot drie jaar.)
Ik zal met je samenwonen en je trouw zijn. Ik spreek met je af dat ik alle problemen die zich in onze relatie kunnen voordoen, wil proberen op te lossen. Ik neem me voor me in te zetten voor een levenslange verbintenis.u
Belofte voor het leven:  partners worden levensgezellen (Exclusief/Seksueel. Tijdsduur: een leven lang.)
Ik beloof dat ik de rest van mijn leven bij jou blijf wonen. Ik blijf bij je, wat er ook gebeurt. Jouw ge­luk is voor mij even belangrijk als het mijne. We ne­men onze beslissingen samen en zijn kameraden voor het leven.
 
Je kunt de verbintenis op elk niveau van de re­latie afronden, hernieuwen of uitbreiden. Vrienden besluiten de vriendschap te beëindigen, te hernieuwen of te kijken hoe het is om geliefden te worden. Geliefden kunnen besluiten geen geliefden meer te zijn, doorgaan als geliefden of kijken hoe het is om partners te zijn. Part­ners besluiten om geen partners meer te zijn, om toch samen te blijven wonen als partners of om levensgezellen worden. Een stapje terug kan ook: Ge­liefden worden vrienden. Partners kunnen geliefden worden.
 
Relaties zijn dynamisch. Sommige relaties be­ginnen en eindigen. Sommige ontwikkelen zich tot een steeds hoger niveau van intimiteit en betrokken­heid. Andere gaan naar een lager niveau ervan. Hoewel het helpt als we het met onze partner eens zijn over de mate van betrokken­heid , bestaat er geen garantie dat we dat niveau ook zullen bereiken. We weten niet hoe het voelt om qua intimiteit een andere fase in te gaan. We weten niet welke angsten er bij ons of onze partner de kop op zullen steken. Elke relatie houdt een risico in. 
 
Niemand mag een ander tegen zijn of haar wil vasthouden. Iedereen moet de vrijheid hebben om een belofte te doen en die weer te verbreken. Als onze verbintenis naar ons gevoel geen keu­ze meer is, wordt het een last. We blijven dan uit schuldgevoel en angst bij elkaar. Deze spirituele wet is pa­radoxaal. Als je niet van plan bent je aan je belofte te houden, heb je ook geen belofte gedaan. Maar als je je belofte uit schuldgevoel of plichtsgevoel nakomt verliest de belofte zijn betekenis. Een belofte doen is een daad van vrije wil.  Als je je partner niet vrij kunt laten in de belofte die zij/hij je doet, moet je niet om die be­lofte vragen. Het is niet jouw taak je partner vast te pinnen op de beloften uit het verleden; je zou zijn of haar belofte dankbaar in ontvangst moeten nemen als een daad van vrije wil in het hier en nu. Het is een spirituele wet dat je alleen kunt heb­ben wat je durft op te geven. Hoe meer je het ge­schenk opgeeft, des te meer het jou gegeven kan wor­den.
 
Spirituele wet 2 - GEZAMENLIJKHEID
 
Het is heel moeilijk om een één-op-één relatie met iemand te hebben die zich niet kan verenigen met jouw visie op relaties, jouw normen en waarden, jouw levensstijl, jouw interesses en manier van doen. Het is belangrijk om te weten dat je van elkaars gezelschap kunt genieten, elkaar respecteert en op ve­le terreinen iets met elkaar gemeen hebt..
 
In de eerste romantische fase zijn de 'verschillen' makkelijk te verdragen en ligt de nadruk op de 'overeenkomsten'. Je doet allebei heel erg je best om het de ander naar de zin te maken. Maar er komen onbewuste gewoonten, neigingen, angsten, twijfels bovendrijven.  Als de romantische fase ten einde komt, gaan mensen vaak uit elkaar. Soms voelen ze zich zelfs door elkaar in de steek gela­ten. In feite komt het spirituele aspect van de rela­tie pas aan de orde als een stel de dood van hun ro­mance heeft doorstaan. Kunnen ze de duistere kanten van hun partner zien en die even meedogend accep­teren als ze hun eigen duistere kant hebben leren ac­cepteren? 'Romantiek' moet onontkoombaar plaatsmaken voor 'realisme'. In die nieuwe fase staan we voor de uitdaging onze partner te accepteren zoals zij/hij is. We kunnen die persoon niet veranderen of redden. We kunnen hem of haar niet vermaken zodat zij/hij past in het beeld dat wij van een partner hebben. We moeten nu de confrontatie aangaan met hoe de partner werkelijk is. Geen enkele partner kan aan al onze verwachtingen en fantasieën voldoen. Vanuit het perspectief van het ego bekijkt, schiet elke partner tekort. De vraag is: kun­nen we dat perspectief van het ego achter ons laten? Kunnen we de onvolmaakte mens die voor ons staat leren liefhebben en accepteren?
 
Sommige mensen komen in een relatie nooit aan die tweede fase van 'realisme' toe. Ze zijn verslaafd aan de 'ro­mantiek'. Ze zijn verliefd op het verliefd zijn. Eigenlijk is verliefd zijn net een verslavend middel. Je wordt er voor korte tijd echt high van maar je ontnuchtert weer. Het kan heel pijnlijk zijn om plotseling te zien dat degene met wie je 3 a 4 maanden het bed gedeeld hebt heel andere doel­stellingen, waarden en interesses in het leven heeft dan jij! Iedereen vindt het fijn om verliefd te worden maar verliefd worden is het enige en grootste obstakel op het pad naar oprecht partnerschap. Er zijn maar heel weinig stellen die dat stadium overleven. Zij die het overleven, hebben de tijd genomen om elkaar te le­ren kennen voordat ze verliefd werden of hebben gewoon stomweg geluk gehad. 
 
In de tweede fase van een relatie draait het om het accepteren van elkaars sterke en zwakke punten, de donkere en de lichte aspecten. Dit is in velerlei opzichten de 'donkere nacht van de ziel' van een relatie, een pe­riode waarin je zowel je eigen menselijkheid als die van je partner onder ogen moet zien. Het is het tegendeel van fase één. Er is niets romantisch aan. Met gemeenschappelijke interesses, een geza­menlijke visie en gezamenlijke waarden als basis, wordt het mogelijk om de onvolmaaktheden in jezelf, je partner en jullie relatie onder ogen te zien. Jullie zijn in staat om het vol te houden, als vrienden, niet louter als geliefden. Je krijgt respect voor elkaar en leert elkaar je fouten te vergeven. Je krijgt oprecht en diep mededogen met elkaar. Zolang je dit punt nog niet bereikt hebt, is je relatie nog niet echt spiritueel ! Dan heb je je weder­zijdse egobehoeften nog niet achter je gelaten en ben je nog niet tot de kern van liefde en acceptatie geko­men. Wil je dat wel, dan doe je er goed aan ervoor te zorgen dat jullie een gemeenschappelijke visie op je relatie hebben en het eens zijn over jullie waarden, overtuigingen, belangstellingssfeer en de mate van betrokkenheid.
 
1. Een gezamenlijke visie 
Dat wil zeggen dat jij en je partner het eens zijn over wat jullie belangrijk vinden in de relatie en over 'wat je ermee beoogt'. Vaak helpt het om je gezamenlijke visie op papier vast te leggen en die, indien nood­zakelijk, bij te stellen. 
2. Gezamenlijke waarden en normen
Je waarden zijn de morele codes waar je naar wilt leven. Het kan zijn dat je waarde hecht aan trouw, vrijheid van denken, oprechtheid, netheid... Vul zelf maar in. Je hebt wellicht levensbeschouwelijke standpunten waar je je partner deelgenoot van wilt maken. Zorg dat je duidelijk weet welke zaken voor jou van het hoogste belang zijn en laat dat aan je potentiële partner weten. Het is belangrijk dat jullie het eens zijn over de dingen die het meest voor jullie betekenen.
3. Gezamenlijke interesses
Misschien lees je wel graag romans, kijk je naar voetbal, besteedt je veel tijd aan TV kijken of internetsurfen, houd je van dansen.... Het is belangrijk dat jullie tenmin­ste 2 a 3 belangrijke interesses delen. Als jij en je partner altijd afzonderlijk met dingen bezig zijn, komt je relatie onder druk te staan. Jullie moeten je voornemen om bepaalde momenten vrij te maken om dingen samen te doen en je met elkaar te verbinden. Als je dit aan het toeval overlaat, komt het er misschien niet van. Dan gaan jullie allebei op in je eigen leven en word je op een dag wakker met het besef dat jullie uit elkaar zijn gegroeid.
4. Een gezamenlijke levensstijl 
Je levensstijl bepaalt waar en hoe je wilt wonen! Wil je in de stad wonen of op het platteland, in een flat of in een huis? Woon je al met kinderen samen of wil je kinderen krijgen? Houd je van huisdieren of heb je er een hekel aan? Kom je rond met 2000 euro per jaar, een tweedehands auto en zelfgemaakte kleren? Rijd je in een spiksplinternieuwe auto en koop je dure kleren? Dit soort kwesties bepalen voor een groot deel het succes of de mislukking van een relatie, vooral als mensen samenwonen.  
5. Gezamenlijke betrokkenheid 
De noodzaak van een gezamenlijke en gelijke mate van betrokkenheid werd al besproken. Waar je op de andere terreinen verschillen nog kunt en moet tolereren, is het van wezenlijk belang dat je het op dit punt met elkaar eens bent. Elk stel moet regelmatig de tijd nemen om hun betrokkenheid bij de relatie te evalueren en zo nodig bij te stellen. Betrokkenheid is als het roer van een boot. Zonder een duidelijke, sterke en wederzijdse betrokkenheid dobbert de relatie doelloos en stuurloos rond op de levenszee. 
 
Spirituele wet 3 - GROEI
 
'Verschillen' zijn in een relatie even belangrijk als 'overeenkomsten'. Je houdt heel makkelijk van mensen die het met je eens zijn en jouw waarden en interesses onderschrijven. Het is niet zo makkelijk om te houden van mensen die het niet met je eens zijn. Onze liefde moet op acceptatie gebaseerd zijn, niet op overeenstemming. Als er momenten voorkomen waarop we het niet met onze partner eens zijn,  kunnen we het dan liefdevol en respectvol met hen oneens zijn ? Proberen we de ideeën van onze partner te veranderen of accepteren we ze? Accepteren we onze eigen ideeën of veranderen ze zodat onze partner ons zal accepteren? 
 
Een spiritueel partnerschap is gebaseerd op onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. We hoeven het niet met onze partner eens te zijn om van hem of haar te houden. We hoeven niet alles samen te doen om ons met onze partner verbonden te voelen. We kunnen onze partner de ruimte geven om zichzelf te zijn. Grenzen zijn in een relatie uitermate belangrijk. De stevigheid van een relatie  kunnen we afmeten aan de mate waarin de partners zich vrij voelen om binnen die relatie tot zelfverwerkelijking te komen. 
 
'Groei' en 'gezamenlijkheid' zijn in een relatie even belangrijk. Het gezamenlijke bevordert de stabiliteit en een gevoel van nabijheid. De groei bevordert het leerproces en een verruiming van het bewustzijn. Een relatie waarin geen plaats is voor verschillen en voor de vrijheid om je eigen interesses te volgen, zet zichzelf klem. Beide partners voelen zich beknot, overheerst of bekneld. Als men zich geen van beiden ontwikkelt of tot zelfverwerkelijking komt, krijgt de relatie geen nieuwe energie en stagneert. Alles wordt voorspelbaar en vanzelfsprekend. Dat is het ene uiterste. In dit geval prevaleert de behoefte aan zekerheid boven de behoefte aan groei en ontwikkeling. In een poging om weer wat uitdaging en opwinding in hun leven te brengen, kan het zijn dat een of beide partners een verhouding beginnen. Maar als je de stimulans buiten de relatie zoekt, doe je niets met de noodzaak tot interne veranderingen. Een stel kan zo'n stagnatie voorkomen door elkaar te stimuleren om zich met niet gemeenschappelijke interesses bezig te houden. Door afzonderlijke interesses en vriendschappen geef je de relatie allebei nieuwe energie. Als een stel een basis van gezamenlijkheid heeft die stevig genoeg is, kunnen ze elkaar dat soort vrijheden geven zonder jaloers te worden. Natuurlijk is het andere uiterste aan de orde als de behoefte aan groei de behoefte aan veiligheid overheerst. In zo'n relatie brengen de partners maar erg weinig tijd met elkaar door. Ze leiden een onafhankelijk leven en houden zich met heel veel vriendschappen en interesses buiten de relatie -  bezig. Dat soort relaties zijn heel stimulerend, omdat er altijd nieuwe energie binnenkomt. Het ontbreekt er echter aan stabiliteit en koestering. 
 
Plan van aanpak voor evenwicht tussen gezamenlijke activiteiten en persoonlijke ontwikkeling.
Deel een: gezamenlijke activiteiten 
1. Maak een lijst van interesses en bezigheden die je samen met je partner wilt ondernemen. 
2. Kies uit die lijst een of meerdere terreinen waar jullie je dagelijks,  wekelijks, iedere maand, jaarlijks mee wil bezig houden. 
3. Laat je lijst aan je partner zien. Vraag of je zijn of haar lijst mag zien. Kijk waar jullie het over eens zijn en waarover niet. 
4. Maak een lijst van wat je gezamenlijk gaat doen op grond van de interesses en bezigheden die voor jullie beiden van belang zijn, en kijk of daar in ieder geval één ding op kan staan dat voor één van beiden van belang is en voor de ander acceptabel is. 
Deel twee: persoonlijke ontwikkeling en groei 
1. Maak een lijst van interesses en uitingsvormen die voor jou van belang zijn en die je partner niet met je kan of wil delen. 
2. Welke van deze interesses of bezigheden wil je alleen doen, dagelijks, wekelijks, maandelijks...of minstens een keer per jaar? 
3. Vraag je partner of zij /hij je wil steunen als je je daar los van hem of haar mee gaat bezighouden. Vraag je partner of je zijn/haar lijst mag lezen en laat hem of haar weten of en hoe je daarbij tot steun kunt zijn. 
4. Maak een plan over hoe je deze belangrijke interesses en bezigheden gaat aanpakken met de stimulans en de steun van je partner. 
5. Stimuleer je partner om een plan te maken voor de aanpak van de voor hem of haar belangrijke interesses en bezigheden. 
 
Gezamenlijkheid is in een één-op-één relatie van wezenlijk belang. Maar hoe uitstekend een relatie ook is, geen enkele relatie kan voor beide partners alle behoeften op het gebied van groei vervullen. Elkeen moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen groei, verandering en zelfexpressie. Als we iemand pas kennen is het altijd verleidelijk om te denken dat die relatie ons gelukkig zal maken. Dat is echter een gevaarlijke gedachte. Als we zelf geen verantwoordelijkheid nemen voor ons geluk, wie zal het dan doen?! Hoeveel we ook met onze partner gemeen hebben, we moeten onze eigen doelstellingen en idealen nastreven. Als onze partner ons daarin niet kan ondersteunen, moeten we daar wellicht de grens trekken en ons terugtrekken uit onze verbintenis. We geven als partners elkaar het geschenk van de betrokkenheid, maar ook het geschenk van de vrijheid
 
Het is niet alleen voor ieder mens essentieel om te kunnen groeien; het is ook essentieel voor de relatie zelf. Elk stel doet er goed aan om van tijd tot tijd deel te nemen aan activiteiten die een uitdaging betekenen voor de relatie, zodat de intimiteit en het vertrouwen verdiept kan worden. Dat kan op allerlei manieren: door samen aan een praatgroep deel te nemen, door workshops voor echtparen bij te wonen, door samen een tocht in de natuur te maken... Elke activiteit waarbij de dagelijks routine doorbroken wordt, zodat men elkaar op een andere manier gaat zien, bevordert de groei. 
 
Er bestaat een sterke relatie tussen gezamenlijkheid en groei. De meeste dynamiek ontstaat als er voldoende vertrouwen en vrijheid is om beide partners in staat te stellen met hun eigen idealen bezig te zijn en men ook van beide kanten bereid is de ander van zijn belevenissen op de hoogte te houden. Het evenwicht tussen persoonlijke ontwikkeling en samenhorigheid verandert in de loop der tijd, omdat de behoeften van de partners en de behoeften binnen de relatie veranderen. Een goede communicatie tussen de partners zorgt ervoor dat geen van beiden zich tegengehouden voelt of het contact verliest. 
 
De 4de spirituele wet - COMMUNICATIE
 
De essentie van communicatie is luisteren. We moeten eerst onze eigen gedachten en gevoelens beluisteren en er verantwoordelijkheid voor nemen voordat we ze tegenover anderen kunnen uiten. Vervolgens, als we zonder anderen verwijten te maken uiting hebben gegeven aan onze gedachten en gevoelens, moeten we luisteren naar wat anderen over hun gedachten en gevoelens zeggen. Bruikbare communicatie bestaat voor minstens tweederde uit luisteren. 
 
Er bestaan twee manieren van luisteren. De ene is luisteren met een oordeel; de andere is luisteren zonder oordeel ! Als we met een oordeel luisteren, luisteren we niet echt. Het maakt niet uit of we naar iemand anders luisteren of naar onszelf. In beide gevallen weerhoudt het oordeel ons ervan echt te horen wat er gedacht of gevoeld wordt. Als ik bijvoorbeeld boos ben en ik geef boosheid het etiket 'slecht', kan ik die boosheid niet toelaten. Ik kan die boosheid niet ervaren of begrijpen wat er wellicht achter zit. Door mijn boosheid te beoordelen, duw ik haar van me af. Ik probeer haar weg te schuiven of projecteer haar wellicht op de ander. Dat helpt me niet mijn boosheid te erkennen of de oorzaak ervan in mezelf te vinden. Alleen als je de inhoud van wat jij - of iemand anders - denkt en voelt, accepteert, kun je echt horen wat er gezegd wordt. Zonder acceptatie is er geen sprake van luisteren. We horen mensen niet, als we interpreteren wat ze zeggen. Om hen te kunnen horen, moeten we voetstoots aannemen wat ze zeggen. Dit is wat zij denken en voelen. We moeten ervan uitgaan dat ze eerlijk tegen ons zijn, anders kunnen wij hen niet horen. We horen mensen alleen als ons hart voor hen openstaat. 
 
Communicatie is er of is er niet. Openhartige communicatie vereist oprechtheid van de kant van de spreker en acceptatie van de kant van de luisteraar. Als de spreker verwijten maakt en de luisteraar oordelen heeft, is er geen sprake van communicatie, dan is er sprake van een aanval. Om effectief te kunnen communiceren moet je het volgende doen: 
1. Beluister je eigen gedachten en gevoelens totdat je weet welke dat zijn en inziet dat ze van jou zijn en van niemand anders. 
2. Geef tegenover anderen eerlijk uiting aan wat je denkt en voelt, zonder hen verwijten te maken of te proberen hen verantwoordelijk te stellen voor wat jij denkt of hoe jij je voelt. 
3. Luister zonder oordeel naar de gedachten en gevoelens die anderen jou willen meedelen. Onthoud dat alles wat zij zeggen, denken en voelen, een beschrijving is van hun gemoedstoestand. 
 
Probeer niet met je partner te praten als je van streek of boos bent. Dat is één gebod dat je in acht moet nemen om de kans op succesvolle communicatie te vergroten. Als je boos bent, vraag om een time-out ! Zeg: 'Als ik nu ga praten, ga ik zeker iets zeggen dat ik niet echt meen en dat wil ik niet. Ik ga even naar buiten. Als ik zover ben dat ik kan praten, laat ik het je weten'. Het is belangrijk om je mond te houden totdat je alles wat je denkt en voelt echt voor jezelf toe kunt geven en weet dat het iets van jou is. Anders ga je het je partner verwijten. Dat wil niet zeggen dat je je gevoelens maar weg moet stoppen en je mond moet houden. Integendeel juist. Als je net doet of alles koek en ei is wanneer je eigenlijk boos bent, communiceer je niet oprecht en kom je evenmin voor jezelf op. Als jij boos of gekwetst bent, is het belangrijk dat je partner dat weet. Maar als je hem/haar dat in de vorm van een aanval of verwijten laat weten, zal je bericht waarschijnlijk niet gehoord worden. 
 
Elk stel moet de kunst verstaan om te communiceren zonder verwijten, als ze willen dat hun relatie zich ontwikkelt en gedijt. Voor een regelmatige communicatie doe je er goed aan om dagelijks tijd vrij te maken om oprecht contact te leggen met elkaar. Je kunt 's morgens of 's avonds tien minuten nemen om over je gevoelens en gedachten te vertellen terwijl je partner daar zonder oordeel naar luistert. Luister vervolgens naar je partner als die zijn of haar gedachten en gevoelens aan jou vertelt. Een goede communicatie helpt jou en je partner om emotioneel met elkaar verbonden te blijven. 
 
Wanneer je naar je partner luistert en hem of haar accepteert, ga je beseffen dat zij /hij perfect is zoals zij/hij is. Alles wat zij/hij denkt of voelt is prima. Je kunt meeleven met het verdriet, de strijd of de ambivalentie van je partner, zonder je er verantwoordelijk voor te voelen. Je kunt het gewoon aanzien ! Je kunt gewoon luisteren en aanvaarden. Je kunt je partner nabij zijn door alleen maar zonder oordeel te luisteren. Je hoeft niets bepaalds te doen of te zeggen. Als je de overtuiging hebt dat alles in orde is zonder dat jij iemand probeert te veranderen, versterk je de negatieve emoties van je partner niet, maar geef je haar /hem daarentegen de kans om te accepteren wat er gaande is en in het hier en nu veranwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar geluk. Je partner kan voor jou hetzelfde doen door als jij van streek bent zonder oordeel naar jou te luisteren. Je kunt dat voor je partner een stuk gemakkelijker maken als je, voordat je probeert te praten, weet waarom je van streek bent. Als je daar eenmaal wat inzicht in hebt, kun je er verantwoordelijkheid voor nemen. Dan kun je je partner laten weten wat je van iets vindt en hoe je je voelt zonder hem of haar daar verantwoordelijk voor te stellen. Je kunt zeggen: 'Wat te deed of zei raakte me', en vervolgens vertellen wat er dan in je omgaat. Je geeft 'ik-boodschappen, geen 'jij-boodschappen'. Je zegt niet: 'Jij maakt me kwaad', want dat is een onjuiste uitspraak. Niemand kan jou kwaad maken. Jouw kwaadheid is en blijft altijd jouw verantwoordelijkheid, die kun je niet aan iemand anders geven.
 
Als mensen zonder verwijten eerlijk zijn tegen elkaar, kunnen ze de juiste grenzen trekken en kleine overtredingen en misstappen naast zich neerleggen. Dan begeven ze zich niet op een onbewust niveau, waar men elkaar in de diepere psychische kwetsuren kan raken. Je kunt dit soort communicatieve vaardigheden niet van de ene dag op de andere aanleren. Je moet voortdurend oefenen! Er wordt ons op school niet geleerd hoe we verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze eigen beleving van de dingen, of hoe we respect kunnen hebben voor de beleving van anderen! Toch zijn deze vaardigheden van wezenlijk belang als we gemoedsrust en een vredig hart willen en in vrede met andere mensen willen samenleven. 
 
Sprituele wet 5 - SPIEGELEN
 
Het doel van een intieme relatie is dat je leert je eigen angsten, oordelen, twijfels en onzekerheden onder ogen te zienAls je probeert weg te vluchten van jezelf, is een relatie wel de laatste plek waar je moet proberen je te verstoppen. Samenwonen is zoiets als een hogedrukpan. Niks al dente of zachtjes sudderen. Na het begin van een relatie duurt het meestal niet lang voordat er angsten en twijfels in je opkomen over de ander. Je weet niet zeker of je wel de juiste partner hebt. Zij/hij doet kortaf, soms zelfs ongemanierd. Zij /hij zegt niet vaak genoeg dat zij /hij van je houdt. Je vraagt je af of zij/hij wel echt met je samen wil zijn. Je neemt niet de tijd om dat bij je partner na te vragen. Je ziet het probleem liever in je partner dan in jezelf. 
 
Als onze partner angsten en twijfels in ons losmaakt, willen we die vaak niet rechtstreeks onder ogen zien. We zeggen niet: 'Kijk, daar steekt mijn onzekerheid weer de kop op, daar moet ik iets mee.' We geven onze partner de schuld van wat we denken en voelen: 'Ik voel me onzeker omdat zij /hij niet aardig tegen me was.' Maar als die onzekerheid nu al eens bestond en de partner maakt hem alleen maar per ongeluk los? Misschien was papa wel streng toen we klein waren en gaf dat ons het gevoel dat we niet goed genoeg waren. Zelfs als papa tegenwoordig niet meer zo doet, kunnen we in ons onderbewuste nog met dat gekwetste gevoel rondlopen. Als iemand ons niet per ongeluk in dat gevoel zou raken, zouden we niet weten dat we op dat punt nog steeds kwetsbaar zijn. Dus dan maakt onze partner uit de losse pols een grapje en het gaat ons door merg en been. En vervolgens voelen we ons verschrikkelijk gekwetst en gekrenkt. Onze partner had niet de bedoeling ons kwaad te doen. Dan kunnen we ons concentreren op wat de partner deed en hem/haar proberen zover te krijgen dat hij/ zij voortaan aardiger is, of we kunnen verantwoordelijkheid nemen voor de scherpe pijn en het afgewezen gevoel dat hier en nu in ons opkomt. In het eerste geval weigeren we onze pijn aan te pakken door er iemand anders verantwoordelijk voor te maken. In het tweede geval laten we die pijn tot ons doordringen, we geven het toe en laten onze partner weten wat er in ons omgaat. Het belangrijkste aan deze uitwisseling is niet dat je zegt: 'Je deed lelijk tegen me', maar: 'Wat je deed, bracht in mij het gevoel naar boven dat ik niet goed genoeg ben.' Die innerlijke dynamiek is iets van mij, niet van mijn partner. Mijn partner zet dat bandje met dat oude verhaal- ik ben niet goed genoeg - alleen maar aan. Met dat bandje loop ik al rond sinds ik twee was. 
 
Wil ik nu het gedrag van mijn partner veranderen of wil ik mijn bandje veranderen? Als ik mijn partner probeer te veranderen lukt dat misschien niet zo best, maar zelfs als het lukte, zou ik nog iemand anders (mijn zus bv.) tegen kunnen komen die de knoppen van de bandrecorder weer bedient. Er zijn meer dan voldoende mensen die, zonder dat ze daar weet van hebben, heel bedreven mijn knoppen kunnen bedienen. Die kan ik niet allemaal veranderen. Dus waarom zou ik me op de trekker van het geweer concentreren als ik ook de kogels kan verwijderen? Een ongeladen geweer kan niemand verwonden, zelf niet als de trekker wordt overgehaald. De vraag die ik me moet stellen, luidt niet: 'Wie heeft me aangevallen?' maar: 'Waarom voel ik me aangevallen?' Of, om het bovenstaande voorbeeld te gebruiken: 'Waarom voel ik me niet goed genoeg?' Misschien voel ik me 'niet goed genoeg' omdat ik van mijn vader nooit de goedkeuring kreeg die ik zo graag wilde, en blijf ik die goedkeuring maar vergeefs bij andere mannen zoeken. Als ik mijn kwetsuur op het 'vadervlak' wil genezen, moet ik me realiseren dat het vaak voor zal komen dat ik wil dat iemand aardig tegen me is en me lief vindt, terwijl zo iemand dan koel, grof, gemeen of kritisch is. En dat betekent niet dat ik niet goed genoeg ben. Dat betekent dat zo iemand op dat moment niet aan mijn behoeften kan voldoen. Dat is alles. Het zegt niets negatiefs over mij. Het zegt wellicht alleen maar iets over die ander, die op dat moment misschien aan het eind van zijn Latijn is, of ongeduldig. Als ik mijn verantwoordelijkheid opneem, zeg ik: 'Dit heeft iets met mij te maken. Als ik denk dat jij lelijk tegen me doet, ben ik bang dat je me niet aardig vindt en dat je niet bij me wilt zijn. Dan krijg ik het gevoel dat ik niet goed genoeg ben. Dat ik geen liefde waard ben. Het is niet waar, maar ik denk dat het waar is.' 
 
Het is een spirituele wet dat alles wat ons aan een ander dwarszit, ons dat deel van onszelf laat zien dat we niet willen liefhebben en accepteren. Elke relatie is een spiegel waarin we zien wie we zijn en leren dat allemaal in liefde te aanvaarden: de stukken die we prettig vinden en bewonderen en de stukken die we veroordelen en verafschuwen. We externaliseren de woede die we jegens onszelf voelen, als we kwaad worden op onze partner of ons aan hem of haar ergeren. Onze partner wordt het mikpunt voor de projectie van onze zelfhaat. Niemand wil het mikpunt van andermans woede zijn. Toch leiden vele relaties schipbreuk op de woeste zee van de wederzijdse projectie. Als je geraakt wordt, moet je voortdurend tegen jezelf zeggen: 'Ik weet dat dit met mij te maken heeft, niet met mijn partner.' Er bestaat op de hele wereld geen betere goeroe dan je eigen partner, als je de spirituele bedoeling van je relatie aanvaard hebt. Een relatie wordt een klaslokaal voor ervaringsgericht onderwijs in zelfkennis. 
 
Spirituele wet 6 - VERANTWOORDELIJKHEID
Het is wellicht ironisch dat een relatie, waarin toch duidelijk de nadruk ligt op gezamenlijkheid en kameraadschap, niets anders vereist dan dat we verantwoordelijkheid nemen voor onszelf. Alles wat wij denken, voelen en ervaren, hoort bij ons. En wat onze partner denkt, voelt en ervaart, hoort bij hem of haar. We zijn nooit verantwoordelijk voor wat onze partner meemaakt en onze partner is nooit verantwoordelijk voor wat wij meemaken. Helaas vergeten velen onder ons dat. Als je partner verdrietig of boos is, moet je beseffen dat die gevoelens zijn of haar verantwoordelijkheid zijn. Het kan zijn dat jij die gevoelens hebt losgemaakt, maar je bent er niet de uiteindelijke oorzaak van, en je bent er ook niet verantwoordelijk voor. Dat wil niet zeggen dat het je dan ook niets meer kan schelen. Je kunt je best om hem/haar bekommeren. Vaak wil je partner niet eens dat jij probeert iets in orde te maken of gaat zorgen dat zij/hij zich anders voelt. Zij/hij wil gewoon dat je luistert en begrijpt wat zij/hij meemaakt. Wanneer je onterechte verantwoordelijkheid weet te vermijden, kun je met warmte reageren. Je voelt je niet bedreigd door de pijn en het verdriet van je partner. Dan kun je met mededogen luisteren.

De keerzijde daarvan is dat jouw emotionele dieptepunten jouw verantwoordelijkheid zijn. Als je emotioneel van de kook raakt en er komen steeds opnieuw oordelen over je partner in je op, moet je tegen jezelf kunnen blijven zeggen: 'Dit is iets van mij, niet van mijn partner.' De uitdaging is dat je eerlijk zegt wat je voelt of vindt (bv. ik ben verdrietig) zonder dat je probeert je partner daarvoor verantwoordelijk te stellen (bv. ik ben verdrietig omdat jij niet op tijd thuis kwam). Dat wil zeggen dat je de tijd moet nemen om je verdriet te voelen en daar iets van op te steken. Misschien heb je wel verlatingsangst, die wordt opgerakeld als iemand van wie je houdt niet voor je klaarstaat. Als je de tijd neemt om je eigen gevoelens werkelijk te voelen, kun je je partner op een niet beschuldigende manier vertellen hoe je je voelt. 'Ik werd er heel verdrietig van toen ik vanavond thuis kwam en zag dat jij er niet was. Ik had me er echt op verheugd en ik was heel erg teleurgesteld. Ik vroeg me af of je wel echt om me gaf. En toen moest ik denken aan al die keren dat ik om iemand gaf die er dan niet was, om te beginnen al mijn moeder, en mijn eerste vrouw ook al. Het hield maar niet op. Ik heb wel een kwartier zitten huilen.' Nu weet je partner hoe jij er emotioneel voor staat zonder dat je hem of haar de schuld geeft van wat jij doormaakt. 
 
Zo verantwoord met elkaar te communiceren heeft ons niemand geleerd. Sterker nog: verantwoordelijkheid nemen voor je eigen beleving druist in tegen zo ongeveer alles wat ons wel geleerd is. Er is grote moed en veel durf voor nodig om het te leren. De meeste onder ons zijn zó druk bezig met het streven naar steun en goedkeuring van onze partner, dat ze niet de tijd nemen om die in hun binnenste te zoeken. Als we verantwoordelijkheid willen gaan nemen voor ons eigen bestaan, moeten we het aanvaarden zoals het is. We moeten onze interpretaties en oordelen laten vallen. Alles wat er gebeurt - vrolijkheid, verdriet, vreugde, oordeel, spijt - kunnen we zien als iets dat bij ons hoort. We gaan onze eigen creatieve kracht voelen, zodra we ons leven accepteren zoals het is en verantwoordelijkheid nemen voor wat we denken, voelen en doen. Dan kunnen we leren en fouten maken.  Als we echter volmaakt moeten zijn, als we moeten voldoen aan onze eigen vaststaande verwachtingen of die van onze partner, kunnen we niet ten volle ervaren wie we zijn. Dan beperken we onszelf. Wellicht hebben papa en mama ons met hun perfectionisme geïntimideerd, maar die zijn er nu niet meer. Wij hebben hun perfectionisme geïnternaliseerd. We zijn aanklager en rechter tegelijk, voor onszelf. 
 
Wanneer we beseffen dat wij verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt, staat het ons vrij om een andere keuze te maken. Dat is wellicht niet makkelijk - we moeten een jarenlange conditionering ongedaan maken - maar het is niet onmogelijk.  We leggen de visie van papa en mama naast ons neer en beginnen helemaal van voren af aan. We maken onze eigen fouten en vergeven onszelf. We betreden het pad naar de zelfverwerkelijking. In feite is het verbazingwekkend wat we kunnen bereiken als we in het hier en nu verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen leven. Als we een relatie met iemand onderhouden, is het niet makkelijk onszelf die macht toe te kennen, zeker niet als we nog steeds boos op onze ouders zijn. In de meeste gevallen is onze partner een goede vervanger van papa of mama, en blijven we onze rol in dat drama van schaamte en schuld maar spelen. Als we verder willen groeien, moeten we niet alleen onze ouders van alle blaam zuiveren, we moeten ook onze partner van alle blaam zuiveren. 
 
Velen onder ons zijn bang om verantwoordelijkheid te nemen omdat we verantwoordelijkheid gelijkstellen met schuld. 'Ik heb het verknald', denken we, 'het is mijn eigen schuld.' We denken dat een fout een veroordeling inhoudt, dus geven we de verantwoordelijkheid liever aan een ander. We denken dat een fout toegeven gelijk staat aan een schuld bekentenis, en dat vraagt om straf. Gestraft worden voor je fouten mag dan een idee uit het Oude Testament zijn, het is nog lang niet uit ons hedendaagse bewustzijn verdwenen. Het is een idee waar onze ouders óns kennis mee lieten maken en wij gaven het weer door aan onze kinderen. 
 
Kunnen we, temidden van dat genadeloze oordeel over onszelf, onszelf vergeven? Als we een fout maken, betekent dat niet dat we slecht zijn en straf moeten krijgen. Het betekent dat we iets moeten leren. Wie mild kan zijn over zijn eigen fouten en zichzelf kan vergeven, kan gemakkelijker mededogen voelen voor anderen als die een fout maken en om begrip vragen. De dialoog van de vergeving lijkt in de verste verte niet op de reactieve litanie van wederzijdse verwijten. Maar om die dialoog te kunnen aangaan, moet je beiden bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor wat je ervaart en respect kunnen opbrengen voor wat anderen ervaren. Je luistert zonder te oordelen naar elkaar en steunt elkaar bij het zoeken naar het antwoord in je eigen hart. Je geeft geen advies en vraagt niet om goedkeuring.
 Spirituele wet 7 -  VERGEVING
 
Bij toepassing van al deze spirituele wetten gaan jullie vast fouten maken. Jullie zijn allebei mensen. Jullie gaan samen in de hoogten van de hemel en de diepten van de hel kunnen komen. Er leven engelen en duivels in jullie omhelzing, die met jullie meegaan bij jullie niet aflatende tocht naar zelfvergeving.
 
Gaan we de uitdagingen waar de relatie ons voor stelt, gebruiken als aanleiding om meer naar binnen te kijken of slaan we op de vlucht, verstoppen we ons en dreigen we de relatie te verbreken? Als onze partner ons ergens mee raakt, doen we dan ons best om de bron van onze woede of gekwetstheid in onszelf te zoeken, of houden we vol dat het de schuld van onze partner is? Hebben we voldoende veerkracht om ons na een ruzie weer met onze partner te kunnen verbinden? Of kunnen we dat gevoel van vervreemding niet loslaten en gaan we ons hart afsluiten? Welk patroon jij hebt als je bang wordt: ga je vechten of vluchten? Als jouw patroon bestaat uit kritiek of een aanval op je partner, kun je je afvragen welke gevoelens wil je niet onder ogen wil zien. Is er misschien een stuk in jou dat liever niet in deze relatie zou zitten en met rust gelaten wil worden? Ben je eigenlijk bang voor intimiteit ook al vraag je er wel om? Als jouw patroon bestaat uit weglopen, kun je je ook afvragen: 'Wat is er in mij waar ik voor wegloop en wat ik niet onder ogen wil zien?' Is dat je behoeftige, afhankelijke opstelling, je verlangen naar goedkeuring van buitenaf die je maar blijft zoeken? Probeer je de intimiteit te ontlopen door partners te kiezen die niet aan je behoeften kunnen voldoen? En als dat het geval is, zou het kunnen dat je moet leren jezelf de goedkeuring te geven die je bij je partner zoekt? 
 
Door onze angsten komen onze diepere emotionele problemen naar boven, welke dat ook zijn. Elk stel moet zich afvragen: 'Zijn we bereid om iets met onze angsten te doen als ze omhoogkomen? Kunnen we samen een veilige sfeer scheppen waarin we die dingen voorzichtig en met mededogen kunnen bekijken?' Wil een relatie op de lange termijn slagen, dan is het essentieel dat je zo'n veilige sfeer kunt creëren. Om vergeving vragen wil niet zeggen dat je naar de ander toegaat en zegt: 'Het spijt me.' Het betekent dat je naar de ander toegaat en zegt: 'Dit speelt er voor mij. Ik hoop dat je dat kunt accepteren en er iets mee kunt. Ik doe mijn uiterste best.' Het betekent dat je leert je eigen situatie te accepteren en je partner de kans geeft die te accepteren. Als je kunt accepteren wat je voelt of denkt terwijl je er eigenlijk een oordeel over wilt vellen, is dat zelfvergeving. De gevoelens of gedachten van je partner accepteren terwijl je er eigenlijk een oordeel over wilt vellen of er iets verkeerd aan vindt, is een uitbreiding van die zelfvergeving naar hem of naar haar. Daarmee laat je je partner weten: 'Ik vergeef mezelf dat ik jou veroordeelde. Het is mijn bedoeling je helemaal te accepteren zoals je bent.'  Uiteindelijk moet je jezelf kunnen en willen vergeven endat is een innerlijke zaak. Als we onszelf niet kunnen vergeven, kunnen we onze partner niet op een nieuwe basis ontmoeten. Dan blijven we ons schuldig of rancuneus voelen. Rancune jegens de ander is simpelweg vermomde zelfhaat. Schuldgevoel is niets anders dan geïnternaliseerde woede.
             
Als we ons realiseren dat we altijd in elke situatie maar één mens te vergeven hebben, namelijk onszelf, zien we eindelijk in dat we de sleutels van het koninkrijk in handen hebben gekregen. Als je met boze en gekrenkte gevoelens rond blijft lopen, ontstaat er een onderstroom van oordeel en irritatie die aan de oppervlakte komt zodra zich opnieuw moeilijke situaties voordoen. Kleine problemen die normaal gesproken oplosbaar zijn, worden grote problemen omdat ze gevoed worden door wederzijdse wrok. De lucht moet geklaard worden. De last van vroegere misverstanden moet worden afgelegd. Je kunt onmogelijk vergeving vinden/zolang je jezelf of de ander verwijten blijft maken. Je moet een manier zien te vinden om van verwijten naar verantwoordelijkheid te komen. 

Er bestaan verschillende methoden om verantwoordelijkheid te nemen voor jouw bijdrage aande problemen binnen de relatie. Je kunt in een praatgroep gaan, workshops doen, ademwerk of lichaamsgerichte therapie doen of relatietherapie beginnen. Veel mensen zoeken pas hulp voor hun relatie als het wederzijdse vertrouwen al kapot is. Wacht niet te lang met hulp zoeken. Zorg dat je in de gaten hebt wanneer jij en je partner de spankracht gaan missen om te herstellen van jullie botsingen. Zorg dat je merkt wanneerje met wrok rondloopt die voedsel vormt voor nieuwe conflicten. Als je merkt dat jij en je partner elkaar steeds meer verwijten gaan maken, is dat het moment om hulp te zoeken. Het is niet zwak of laf om hulp te vragen als dat nodig is. Integendeel: het is een moedig gebaar en het getuigt van kracht en zorg voor de relatie.

Je kunt die misstappen ook aanpakken door beiden een dagboek bij te houden over hoe jij je relatie tot de ander ervaart. Als een van beiden boos wordt en de ander voelt zich aangevallen, neem je allebei even afstand en ga je in je dagboek of logboek schrijven. Tijdens dat schrijven probeert degene die kwaad werd verantwoordelijkheid voor zijn woede te nemen en te ontdekken welke angst daarachter zit, en degene die zich aangevallen voelde beschrijft hoe zij/hij zich dan voelt en probeert erachter te komen welk patroon zij/hij dan hanteert: vluchten, op haar/zijn beurt kwaad worden of de woede wegstoppen. Aan het einde van de dag kan het stel, een kwartier de tijd nemen om te delen wat ze in hun dagboek geschreven hebben. Terwijl de een vertelt, gaat de ander niet reageren,maar zij/hij luistert simpelweg in stilte en oefent zich in acceptatie.  ‘Zo beleeft mijn partner dit', zegt zij/hij steeds bij zichzelf, 'het maakt niet uit wat ik daarvan vind. Ik hoef alleen maar te luisteren naar hoe zij/hij het beleefd heeft om het te kunnen begrijpen. Ik hoef er niets aan te doen. Ik hoef helemaal niets in orde te maken,' Dan, als de een klaar is met vertellen, vertelt de ander terwijl zijn/haar partner luistert zonder te reageren. Als je dit ritueel dagelijks zou uitvoeren, kun je als stel diep inzicht krijgen in elkaars gedachten en gevoelens. 

Veel mensen denken dat vergeving een hele klus is. Ze denken dat je daarvoor jezelf moet veranderen of je partner moet vragen te veranderen. Hoewel er verandering ontstaat ten gevolge van vergeving, kun je geen verandering eisen. Als je de verwijten achterwege laat, kan inzicht wonderen doen. Gewoon weten wat je partner denkt en voelt, en dat accepteren, maakt je attenter tegenover je partner. Dat attente krijgt dan vorm in je gedachten,woorden en daden en je partner voelt een verschil in hoe je op hem of haar reageert. Dit is een geleidelijk proces dat bestaat uit heel veel kleine stapjes en kleine veranderingen. De correctie treedt langzaam en heel natuurlijk op. Het heeft niets geforceerds. Hoe meer we naar onze partner luisteren en accepteren hoe zij /hij iets ervaart, des te attenter en zorgvuldiger worden we. Als we dit ritueel een maand of twee hebben toegepast, is de communicatie binnen de relatie van een totaal andere kwaliteit. Vergeving vraagt niet zozeer om uiterlijke als wel om innerlijke veranderingen. Het is niet zozeer iets doen als wel iets ongedaan maken. Het stelt ons in staat om schuld en verwijten ongedaan te maken. Het stelt ons in staat onszelf te vergeven voor een aanval op onze partner en onze partner te vergeven voor diens aanval op ons. Het wist de wrok, schuld en verwijt weg. H